Dierenkliniek Bemelen

 

Moet ik mijn dier laten vaccineren?

Een vraag die steeds vaker gesteld wordt naarmate huisdiereigenaren kritischer zijn gaan kijken naar de zorg voor hun dier. En een vraag die vaak op verschillende manieren wordt beantwoord. De dierenarts zegt dit, de fokker dat en de buurvrouw zegt weer iets heel anders. Om duidelijkheid te bieden geven wij u hier onze uitgebreide onderbouwde visie op vaccineren en titeren. 

Op deze pagina:

  • Waarom vaccineren?
  • Wat doet een vaccinatie in het lichaam?
  • Waar vaccineren we tegen? 
  • Wat is titeren? 
  • Hoe veilig is een titerbepaling?
  • Wanneer kan ik mijn dier laten titeren?
  • Hoe zit het met vaccineren en titeren bij puppies en kittens?
  • Voor- en nadelen op een rijtje 
  • Wanneer kunt u beter (even) niet vaccineren?
  • Bijwerkingen
  • Veelgestelde vragen

Waarom vaccineren?
Een gevaccineerd dier heeft antilichamen in het lichaam die zorgen dat het immuunsysteem meteen in actie kan komen bij een infectie. Zeker waar het ernstige en vaak dodelijke ziekten betreft is dit erg belangrijk. Zo worden ziekteverwekkers uitgeschakeld voordat ze ernstige schade kunnen toebrengen aan het lichaam.  

In ons land komen een aantal besmettelijke en levensbedreigende dierziekten voor waartegen uw dier gevaccineerd kan worden. Sommige daarvan zijn zeldzaam, andere zien we nog regelmatig. Dat we deze ziekten minder zien in Nederland komt deels doordat er zo goed gevaccineerd wordt, zodat de ziekte ook minder kans heeft om zich snel te verspreiden. Om dit zo te houden is het belangrijk om dieren te blijven vaccineren. Hiermee beschermt u dus niet alleen uw eigen dier, maar helpt u ook mee om uitbraken van gevaarlijke dierziekten tegen te gaan. 

Naast de vaccinatie krijgt uw dier bij ons ook altijd een jaarlijkse gezondheidscontrole tijdens het vaccinatieconsult. Dieren laten vaak slecht merken dat ze ziek zijn. Gelukkig kunnen wij dieren aardig lezen en herkennen wij de eerste tekenen van ziekte vaak voordat ze u als eigenaar opvallen. Ook als u uw dier niet laat vaccineren, dan is het verstandig om een jaarlijks bezoekje naar de dierenarts in te plannen om uw dier na te laten kijken door een professional! 

Wat doet een vaccinatie in het lichaam?
Door een dier in te spuiten met een klein beetje dode of onschadelijk gemaakte ziekteverwekker (bijvoorbeeld een virus) of een onderdeel van die ziekteverwekker, wordt het lichaam aangezet om antilichamen te maken. Komt het dier daarna in aanraking met de werkelijk schadelijke, levende ziekteverwekker dan is het afweersysteem klaar om meteen te reageren. Daardoor wordt de ziekteverwekker direct uitgeschakeld en wordt uw dier niet of minder ziek dan wanneer het niet gevaccineerd zou zijn.

Waar vaccineren we tegen?
Sommige vaccinaties zijn voor alle dieren van belang, andere vaccinaties worden alleen onder bepaalde omstandigheden gegeven. Wij vaccineren op maat en maken per dier een risico inschatting. Aan de hand hiervan bepalen we welke vaccinaties we wel of niet aanraden.  Niet tegen alle besmettelijke ziektes bestaat een vaccinatie. 

 De "kernvaccinaties", in onderstaande tabel weergegeven, zijn vaccinaties tegen een aantal potentieel dodelijke ziekten waartegen ons inziens ieder dier in Nederland gevaccineerd zou moeten worden. 

HOND

KAT

KONIJN

Hondenziekte (ziekte van Carré, Distemper)***

Feline Panleukopenie (Kattenziekte)***

Myxomatose

Besmettelijke leverziekte (Hepatitis Contagiosum Canis, HCC)***

Feline Herpes + Feline Calicivirus (samen 'Virale Niesziekte')

VHD type 1 en 2 (RVHD, RCD, VHS)

Parvovirose (Parvo)***



Ziekte van Weil (Leptospirose) (Z)



Vaccinaties tegen ziektes met *** zijn na goede basisvaccinaties minstens 3 jaar werkzaam, de overigen dienen elk jaar herhaald te worden. Ziektes met (Z) worden zoönoses genoemd, wat betekent dat ze ook op mensen overgedragen kunnen worden. 

Daarnaast zijn er vaccinaties waarvan we per dier bekijken of deze noodzakelijk zijn, omdat niet ieder dier hetzelfde risico loopt om deze ziekten te krijgen. De "Non-core vaccinaties". Voorbeelden hiervan zijn:

  • Rabiës (hondsdolheid)(Z): verplicht voor hond en kat bij reizen over de grens. Komt niet voor bij huisdieren in Nederland.
  • Chlamydophila felis en Bordetella bronchiseptica (Bacteriële niesziekte kat) of Parainfluenza en Bordetella bronchiseptica (besmettelijke hondenhoest, kennelhoest): enkel bij contact met veel soortgenoten, zoals bij een bezoek aan een puppycursus, pension, show of het lokale uitlaatveldje. 

Gebaseerd op deze gegevens hanteren we onderstaande vaccinatieschema's per levensjaar van het dier:

X = standaard schema (X) = indien noodzakelijk

Wat is titeren? 
Onderzoek toont aan dat honden en katten na vaccinatie tegen de kernziekten soms zeven jaar later nog beschermd zijn. Dit verschilt echter sterk per dier! Daarom geeft de vaccin fabrikant een veilige en officiëel geregistreerde werkingsduur van hooguit drie jaar. Wij vaccineren al op maat, waardoor de zogenaamde grote cocktail maar een keer in de drie jaar gegeven hoeft te worden. Maar het kan dus nog nauwkeuriger door middel van een titerbepaling. Wij zullen u hier hieronder uitleg over geven. U kunt ook dit interview door dierbewust.nl met dierenarts Brenda Ooms bekijken. Hierin wordt uitgelegd hoe de test in zijn werk gaat, hoe betrouwbaar de test is en waar je op moet letten. 

Om te bepalen of het nodig is om uw dier opnieuw te laten vaccineren, is het mogelijk om uw dier te laten titeren. Bij een titerbepaling wordt er een kleine hoeveelheid bloed afgenomen bij uw dier. Met een test die we in de praktijk uitvoeren kunnen we controleren of uw dier nog voldoende antilichamen en daarmee bescherming heeft tegen enkele ziektes waartegen wij vaccineren. In dat geval kan de vaccinatie minimaal een jaar en maximaal drie jaar worden uitgesteld.

Let op! De test kan voor de hond enkel worden uitgevoerd voor de kernziektes Parvo, Hepatitis en Distemper (hondenziekte). Voor de kat kan alleen getest worden op kattenziekte.
Op de ziekte van Weil (Leptospirose), Kennelhoest en niesziekte kan niet getest worden en hiervoor geldt dat de vaccinatie altijd slechts een jaar bescherming biedt. Dit betekent dan ook dat uw dier alsnog jaarlijks gevaccineerd zal moeten worden. Het verschil is dat het in sommige gevallen volstaat om een kleine cocktailvaccinatie of een onderdeel van de grote cocktail te geven in plaats van de gehele grote cocktail.  

Voor puppies en kittens gelden speciale condities, welke verderop worden toegelicht.  

Wilt u uw hond in een pension of dagopvang brengen of gaat u naar een show? Vraag dan eerst na of een titerbepaling in plaats van een standaard vaccinatie geaccepteerd wordt. De titerbepaling wordt steeds vaker geaccepteerd als vaccinatiebewijs, maar dit gaat niet altijd op. Voor het reizen naar andere landen die vaccinaties eisen wordt een bloedtest doorgaans niet geaccepteerd en moet men het vaccinatieschema aanhouden dat door de fabrikant wordt aangegeven, of in sommige gevallen een strenger schema dat door de autoriteiten van het land van bestemming is bepaald. 

Hoe veilig is een titerbepaling?
Een titerbepaling wordt gedaan met een zogenaamde snaptest of sneltest. Dit is te vergelijken met een zwangerschapstest bij mensen. Net als bij deze test is de titerbepaling niet 100% betrouwbaar. De betrouwbaarheid van een test wordt uitgedrukt in een sensititviteit en specificiteit. Dit houdt in:

  • Sensitiviteit: het percentage dieren met genoeg antilichamen waarvan de titertest ook terecht aangeeft dat er genoeg antistoffen aanwezig zijn. 
  • Specificiteit: het percentage onbeschermde dieren, waarvan de titertest terecht aangeeft dat er niet voldoende antistoffen aanwezig zijn in het lichaam. 

Hoe hoger de sensitiviteit en specificiteit, hoe betrouwbaarder de test.  Bij de sneltest die in de praktijk gebruikt wordt is dit als volgt:

Ziekte

Sensitiviteit

Specificiteit

Distemper

100%

92%

Parvo

88%

100%

Hepatitis

94%

93%

Kattenziekte

89%

98%

Dit betekent dat als er 100 honden met voldoende antilichamen getest zouden worden, 88 honden ook daadwerkelijk een uitslag krijgen dat ze voldoende antilichamen hebben. Bij 22 honden wordt er een te lage hoeveelheid antilichamen gevonden, terwijl ze toch voldoende beschermd zijn. Dit zijn dus 22 vals-negatieve uitslagen en daarmee 22 honden die gevaccineerd worden terwijl dit niet had gehoeven. 
Daar tegenover staat dat bijvoorbeeld voor Distemper 92 honden de uitslag krijgen dat ze niet genoeg antilichamen hebben. Deze honden worden gevaccineerd. Maar bij 8 honden geeft de uitslag aan dat ze goed beschermd zijn, terwijl dit niet het geval is. Deze honden worden niet gevaccineerd, maar lopen dus onbeschermd rond en kunnen de ziekte oplopen. Gelukkig komt deze ziekte nog zelden voor in Nederland, want deze ziekte is dodelijk.

Of u uw dier nu volgens het reguliere vaccinatieschema laat vaccineren of dit aan de hand van een titerbepaling wilt doen, wij maken per dier een risico-analyse en een op maat gemaakt vaccinatieschema. De betrouwbaarheid van deze test wordt daar in meegenomen, maar ook zaken als hoe vaak komt het dier buiten, gaat het mee op reis, hoe is het met de verdere gezondheid gesteld. 

Wanneer kan ik mijn dier laten titeren?
Behalve dat titeren voor sommige mensen gevoelsmatig beter is kunnen er ook andere redenen zijn om minder vaak te willen vaccineren. Bijvoorbeeld bij honden die gevoeliger dan gemiddeld reageren op vaccinaties of omdat er bepaalde medische redenen zijn. 
U kunt uw dier bij ons laten titeren:

  • Pups en kittens vanaf 3 weken na de laatst gegeven puppy- of kittenenting met drie weken tussentijd tot het dier volledig gevaccineerd is.
  • Vanaf de leeftijd van 16 weken om te laten controleren of de puppy- of kittenvaccinaties goed zijn aangeslagen. Dit kan ook plaatsvinden op het moment dat de "boostervaccinatie" gegeven wordt op éénjarige leeftijd. 
  • Drie jaar nadat de laatste "grote cocktail" gegeven is tegen Parvo, Hepatitis en Distemper. 

Hoe zit het met vaccineren en titeren bij puppies en kittens? 
Pups en kittens krijgen van hun moeder via de placenta en de eerste melk bescherming mee tegen diverse ziekten in de vorm van antilichamen (maternale antilichamen). Na de geboorte neemt de hoeveelheid antilichamen in het bloed van het jong langzaam af en na een aantal weken is het jong dan ook niet meer beschermd tegen besmettelijke ziekten. Het verschilt per dier hoe snel het de bescherming door maternale antilichamen verliest: sommige dieren zijn na zes weken hun bescherming al kwijt, bij anderen houdt de bescherming langer dan twaalf weken aan. Dit is afhankelijk van de hoeveelheid antilichamen die het dier de eerste levensdag heeft opgenomen via de melk en hoeveel antilichamen de moeder heeft. We kunnen vooraf niet zeggen wanneer dit moment optreedt. We kunnen het jong wel helpen om snel zijn eigen antilichamen aan te maken. Dit doen we door ze te vaccineren. 

Omdat vooraf niet te zeggen is hoe lang een pup of kitten beschermd is wordt de eerste vaccinatie meestal rond de zes weken leeftijd gegeven bij pups en bij kittens rond de negen weken leeftijd. In de wetgeving (Regeling Houders van Dieren) is namelijk opgenomen dat pups die in een bedrijf (dus bijvoorbeeld bij een beroepsmatige fokker) worden gehouden, vóór de leeftijd van zeven weken in ieder geval hun eerste inentingen tegen Parvo- en Hondenziekte moeten krijgen.
Daarnaast is het belangrijk om de kitten- en puppyvaccinaties meerdere malen te herhalen. Maternale antilichamen schakelen namelijk ons vaccin uit. Bij een jong dat nog veel maternale antilichamen heeft zal de vaccinatie dus niet goed aanslaan. Bij een jong met weinig maternale antilichamen zal de vaccinatie wel aanslaan op zes weken leeftijd. Deze worden na drie weken alsnog gevaccineerd, want sommige vaccins moeten 'geboosterd' worden. Bij het eerste contact ontstaan alleen kortwerkende antilichamen, na de booster (=herhaling) worden pas de langwerkende antilichamen aangemaakt. Het verhaal van de maternale antilichamen ziet u hieronder schematisch weergegeven. 

Afbeelding 1 Maternale antilichamen uitgelegd

Een heel klein percentage van de kittens en puppies heeft zelfs op 16 weken nog maternale antilichamen. Bij deze pups zal de 12 weken enting dan ook niet aangeslagen zijn. Daarom krijgen pups en kittens als ze 1 jaar zijn een zogenaamde ‘booster’ vaccinatie voor de kernziekten. Deze is vooral bedoeld om jongen die niet of niet voldoende gereageerd hebben op de puppy- en kittenvaccinaties alsnog de nodige bescherming te geven. 

Een alternatief voor het vaste vaccinatie schema is titeren.
Het liefst vaccineren we in de periode dat het jong onbeschermd is door de maternale antilichamen, maar liefst wel zo snel mogelijk, zodat het jong niet te lang onbeschermd rond loopt. Door wat bloed af te nemen kunnen we bepalen hoeveel maternale antilichamen een jong nog heeft. We vaccineren dan pas op het moment dat de antilichamen van de moeder zo laag zijn dat ze ons vaccin niet in de weg zitten. Zo kunnen we ons vaccinatieschema nog beter afstemmen op uw dier. 
Let op: omdat er momenteel nog onvoldoende wetenschappelijk onderzoek is gedaan over hoe het immuunsysteem bij een jong dier reageert op een vaccinatie geniet het geven van een basisvaccinatieschema inclusief de booster op 1 jaar leeftijd de voorkeur boven titeren bij dieren jonger dan 1 jaar. Dit is een advies gegeven in de consensus titeren, uitgegeven door specialisten van de faculteit diergeneeskunde te Utrecht. 

Voor zowel vaccineren als titeren geldt dat er een kleine periode kan ontstaan waarin uw dier onbeschermd is door maternale antilichamen of door ons vaccin. Door een wetenschappelijk onderbouwd vaccinatieschema te gebruiken of door te titeren is de kans hier op zeer klein, maar elk dier is uniek. Daarom raden we eigenaren aan om hun ongeveer drie weken na de laatste puppyvaccinatie te laten titeren om te controleren of de vaccinaties goed aangeslagen zijn. Immers meten = weten. 
Daarnaast raden we altijd aan om jonge dieren nog niet met te veel andere dieren of hun ontlasting/urine in contact te laten komen. Dus nog niet los laten lopen op grote uitlaatvelden, niet met zieke dieren in contact laten komen, niet naar een pension/kennel etc.. Omdat de socialisatie van uw jong juist in deze periode cruciaal is raden we u wel aan om wandelingetjes te maken aan de lijn en contact te zoeken met goed gevaccineerde, gezonde soortgenoten. De bescherming is pas optimaal na drie weken na de laatste vaccinatie. 

Voor en nadelen op een rijtje
Vaccineren

Voordelen

Nadelen

Wetenschappelijk onderbouwde schema

Bijwerkingen zeldzaam, maar mogelijk

Geen bloedafname nodig

Bij sommige dieren slaan vaccinaties niet aan

Vaste prijs


Titeren

Voordelen

Nadelen

Op maat gemaakt vaccinatieschema

Hogere kosten

Bij onduidelijke vaccinatiestatus duidelijkheid (bijvoorbeeld geadopteerd dier)

Niet 100% betrouwbaar
(zie sensitiviteit/specificiteit)


Niet overal geaccepteerd


Bloedafname nodig


Bij jong dier herhaling noodzakelijk 

Conclusie vaccineren vs titeren:
Wij vinden titeren een mooie methode om te controleren of de vaccinaties goed zijn aangeslagen, vooral bij jonge dieren vlak na de laatste puppy en kitten entingen. Wij baseren onze kennis op wetenschappelijk bewijs. Daarom vinden wij wel dat er rekening mee gehouden dient te worden dat titeren (nog) niet 100% nauwkeurig is, dat er nog onduidelijk heerst over hoeveel antilichamen er aanwezig dienen te zijn om goed beschermd te zijn tegen veldinfecties en dat er nog geen algemene richtlijnen zijn over hoe lang er bescherming gegarandeerd kan worden na het vinden van een hoge titer. Daarnaast geld voor vaccineren dat de zeer kleine kans op ernstige bijwerkingen niet opweegt tegen het risico dat uw dier loopt als het daadwerkelijk ziek wordt van de ziekten waartegen we vaccineren. Mocht u als eigenaar om welke reden dan ook toch liever titeren dan op maat vaccineren, dan zullen wij u uiteraard ook voor uw dier een gedegen advies opstellen waar u zich prettig bij voelt. 

Wanneer kunt u beter (even) niet vaccineren?
Er zijn redenen om een dier niet te vaccineren of om de vaccinatie uit te stellen als dit beter is voor de gezondheid van het dier. Dit doen we bijvoorbeeld als het dier: 

  • ziek is. Een dier dat al een verzwakte weerstand heeft door bijvoorbeeld een blaasontsteking, heeft zijn immuunsysteem nodig om die aandoening te bestrijden. U kunt de vaccinatie uitstellen tot het dier weer klachtenvrij is. 
  • drachtig is. Dit kan gevaarlijk zijn voor de pups. Er zijn vaccins die wel tijdens de dracht veilig gegeven kunnen worden. 
  • geopereerd wordt of een gebitssanering ondergaat. Uw dier heeft het immuunsysteem na de operatie nodig om wondinfectie te voorkomen en om goed te herstellen. We zullen dan geen extra aanslag doen op het immuunsysteem. 
  • bij een vorige vaccinatie (te) heftig gereageerd heeft. Wij zullen dan een afweging maken of deze reactie waarschijnlijk weer zal optreden bij vaccinatie. Zo ja, dan maken we een aangepast advies voor uw dier.

Bijwerkingen 
Zoals elke medische ingreep kan ook vaccinatie bijwerkingen geven. Dat kunnen lokale reacties zijn op de plek van de injectie, of algemene reacties in het hele lichaam. Bijwerkingen na vaccinatie komen echter maar zeer zelden voor. Uit onderzoek in het Verenigd Koninkrijk is gebleken dat er gemiddeld van 10.000 gevaccineerde honden 38 dieren bijwerkingen vertoonden. In dit onderzoek waren ook milde bijwerkingen zoals zwelling op de injectieplaats meegenomen in de aantallen. 

Welke bijwerkingen zien we zoal:

  • Zwelling op de plek van de vaccinatie. Meestal trekt dit na een aantal dagen weer weg. 
  • Zeer zelden een ontstekingsreactie doordat er besmetting van de injectieplaats met bacteriën heeft plaatsgevonden. Dit risico is klein en bestaat bij elke injectie. 
  • Lichte verschijnselen passend bij de ziekte waartegen gevaccineerd wordt. Dit ziet men soms na de kennelhoest neusenting. 
  • Tijdelijk koorts en "niet lekker zijn" na de inenting. 
  • Misselijkheid en diarree kort na de vaccinatie. 
  • Allergische reacties, immuunaandoeningen (zeer zeldzaam). 

Veelgestelde vragen en opmerkingen

Ik heb gelezen dat er gifstoffen toegevoegd worden aan de vaccinaties!
Een vaccin bevat altijd hulpstoffen. Dit zijn toevoegingen die de kwaliteit van het vaccin verbeteren. Bijvoorbeeld adjuvans, die de werkzaamheid verbeteren, maar ook buffers, conserveringsmiddelen of stabilisatoren. Van al deze stoffen die toegevoegd kunnen zijn is op een juiste manier aangetoond dat ze geen gevaar voor de gezondheid vormen, ook niet als er meerdere vaccinaties tegelijk worden gegeven. 

Een dierenarts vaccineert alleen maar voor het financiële gewin!
Dit is een opmerking die we steeds vaker horen en doet ons pijn. Wij proberen een zo goed mogelijk advies te geven met als uitgangspunt de gezondheid van uw dier. Onze adviezen zijn altijd gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en we ondervinden geen enkele druk vanuit de "farmaceutische industrie" om zo veel mogelijk te vaccineren.  

Kan een dier nog ziek worden als het gevaccineerd is?
Ja, een dier kan alsnog ziek worden. Als een gevaccineerd dier in aanraking komt met ziekte, dan duurt het even voor het immuunsysteem begint te werken. Het immuunsysteem van een gevaccineerd dier werkt echter veel sneller dan dat van een niet-gevaccineerd dier. Hierdoor zal een gevaccineerd dier veel minder ziek worden of helemaal niet ziek worden. 

Wij laten ons toch ook niet ieder jaar vaccineren, waarom een dier dan wel? 
Dat klinkt inderdaad vaak, maar omgerekend naar mensenjaren vaccineren we dieren maar 1x per 7 mensenjaren. Hoe vaak we vaccineren hangt ook samen met hoe lang een vaccin werkt. Daar kunnen we niets aan veranderen. Daar komt nog bij dat dieren minder hygiënisch zijn dan wij (aan elkaar snuffelen, elkaars poep eten, alles van de grond eten) waardoor ze een veel groter risico hebben om ziektes op te lopen. Tel daar nog eens bij op dat dieren vaak (te) laat laten merken dat ze ziek zijn en dan wil je toch wel zeker weten dat je dier zo goed mogelijk beschermd is. 

Moet er na de puppyvaccinaties nog gevaccineerd worden?
Een veelgehoord misverstand is dat de vaccinatie van een hond of kat klaar is na de puppy of kittenvaccinaties. Niets is minder waar, deze zijn alleen bedoeld om ze door hun meest vatbare periode te helpen en om een begin te maken voor een goede weerstand. Honden, katten en konijnen moeten jaarlijks gevaccineerd worden om goed beschermd te blijven. 

Moet een oud dier ook nog gevaccineerd worden?
Ja, juist een oud dier. Hele jonge dieren, oude dieren, zieke dieren of zwangere dieren zijn het meest vatbaar voor ziektes en hebben er het meeste last van. Denk maar aan de griepspuit voor oude mensen. Soms wordt gezegd dat een oud dier zo vaak gevaccineerd is dat het levenslange immuniteit opgebouwd heeft. Soms werken vaccins langer dan de tijd die de fabrikant mag opgeven, maar dit verschilt per dier, en andere vaccins werken sowieso maar een jaar. Maar om zeker te weten dat uw dier beschermd is raden wij aan om te blijven vaccineren of om te titeren. 

Is vaccineren verplicht?
De vaccinatie tegen rabiës is verplicht als uw dier de grens over gaat. Ook kan het zo zijn dat een kennel, pension of show bepaalde vaccinaties verplicht stelt. Wij verplichten u niet om uw dier te vaccineren, wij raden het u aan omdat we weten wat de gevolgen kunnen zijn. Voor het bedrijfsmatig houden van dieren (zoals bijvoorbeeld een fokker die vaak nestjes heeft) is het verplicht om binnen zeven weken na de geboorte en minstens zeven dagen voor verkoop te vaccineren. 

Mijn vorige hond is nooit gevaccineerd en die is nooit ziek geworden, hoe kan dat? 
Uw vorige hond waarschijnlijk geluk gehad dat de honden in zijn omgeving goed gevaccineerd zijn geweest. Hoe meer dieren in de omgeving gevaccineerd zijn, hoe kleiner de kans is op een uitbraak van een ziekte, hoe kleiner de kans dat een dier in aanraking komt met een ziekte. Als het aantal gevaccineerde dieren in een gebied daalt ontstaat er een grotere kans op een uitbraak.

Ik heb gehoord dat vaccineren schadelijk is, klopt dit?
Ja en nee. Vaccineren is niet schadelijk, wel kunnen er af en toe bijwerkingen optreden. Meestal zijn deze mild en snel voorbijgaand. In uitzonderlijke gevallen kan een ernstigere reactie optreden. Het niet vaccineren vormt een risico wat vele malen groter is!

Waarom de rabiës pas op drie maanden?
De rabiës of hondsdolheid vaccinatie mag pas op drie maanden leeftijd gegeven worden. Het vaccin is voor die tijd niet veilig getest voor pups en kittens. Het vaccin is pas na drie weken volledig werkzaam in het dier, dus dieren mogen pas minimaal vanaf 15 weken leeftijd de grens over. 

Waarom zijn sommige vaccins maar één jaar geldig en andere veel langer?
De werkingsduur van vaccins kennen een verschillende beschermingsduur. Tegen de kernziekten bestaan vaccins die minimaal drie jaar bescherming bieden, en deze worden in Nederland het meest gebruikt. De langste bescherming ontstaat na vaccinatie met levend verzwakt virus. Er wordt dan ook aangeraden om deze te gebruiken zodat minder vaak ingeënt hoeft te worden. Na vaccinatie met een dood of geïnactiveerd virus wordt in het lichaam minder langdurig bescherming opgebouwd. Ook vaccins tegen bacteriële ziekten geven vrijwel altijd een minder langdurige bescherming, deze zullen dus vaker herhaald moeten worden. Dit geldt bijvoorbeeld voor de inenting tegen de Ziekte van Weil, die jaarlijks herhaald moet worden. Een uitzondering is het vaccin tegen rabiës (hondsdolheid): na vaccinatie tegen deze ziekte is uw hond drie jaar beschermd, terwijl het virus in het vaccin niet levend is. Om te bepalen wat voor uw hond het beste vaccinatieschema is en tegen welke ziekten (naast de drie kernziekten) het verstandig is om uw hond te laten vaccineren, kunt u het beste met uw dierenarts overleggen. Zaken als ras, leeftijd, gezondheid, gewoontes (bijvoorbeeld wel of niet mee op reis, komt het dier in pensions, trimsalons en dergelijke) en gegevens over welke ziekten er lokaal voorkomen spelen hierbij een rol.